(11) Over échte of vermeende stress; acute en chronische stress.

De lezer van deze blog zal het al een paar keer opgevallen zijn, als ik het over stress heb, dan heb ik het over concrete stress, zoals prikkels uit de omgeving, tegenslagen, roofbouw door te lang doorgaan, of  over vermeende stress. Met dit laatste bedoel ik onze gedachtewereld; reële gedachtes over die omgeving, tegenslagen en roofbouw óf fantasieën daarover. Met andere woorden alles wat we in ons hoofd halen, maar helemaal niet waar is, of hoeft te zijn.

Voor de stressreácties maakt het niet veel uit of er sprake is van een echte bedreiging of gepieker.  Zorgelijke gedachtes brengen (bijna) dezelfde stressresponds teweeg als zorgelijke situaties. Zelfs al zijn die zorgelijke gedachtes niet terecht. 

Acute stressresponds
Acute stress geeft een acute responds; je remt als iemand vóór je plotseling remt. Of je bukt als er plots een voorwerp naar je wordt gegooid.  Acute stress is de vecht- of vluchtreactie; een functie van het autonome zenuwstelsel (het ‘adrenaline-systeem’ van het eerder besproken stresscomplex).   Het lichaam reageert met verhoogde hartslag, een snelle zweetreactie, spierspanning etc. en een adequate handeling. Heel nuttig en levensreddend.

Maar het kan hier om een foute interpretatie gaan. Stel dat de persoon voor je niet remde of dat er geen voorwerp naar je hoofd gegooid werd, maar je dacht dat even gewoon. Door de snelheid van de acute stressresponds heb je al gereageerd vóór je je realiseert dat er niets aan de hand is. Ook dan moet je even herstellen, op adem komen en  inwendig lachen of je schamen dat je het verkeerd gezien hebt. Je kunt immers beter een keer te vroeg dan een keer te laat reageren.

Alleen als je dit vaak achter elkaar hebt kan er overspanning ontstaan, zoals bij de ambulance chauffeur of bij posttraumatische stress. Op dit laatste kom ik zeker nog een keer terug.

Een goed ander voorbeeld van vermeende acute stress is wanneer je in bed ligt. Je slaapt bijna en je bedenkt je dan opeens dat je dat belangrijke mailtje niet hebt verstuurd. Dan ben je weer klaarwakker, zelfs als je je daarna bedenkt dat je het tóch hebt gedaan of dat het mailtje toch niet zo belangrijk was.  Ook hier is er verder weinig aan de hand, hoewel het wel jammer is natuurlijk dat je nu weer erg wakker bent.

Chronische stress
Situaties van langdurige stress geven andere reacties. Dit speelt bijvoorbeeld bij structureel hard (over)werken of in een periode van tegenslagen zoals een scheiding of ontslagdreiging. Bij aanhoudende stress speelt vooral het energiesysteem ofwel het hormoonsysteem met cortisol een grote rol. Het systeem gaat minder goed reageren op cortisol en meer aanmaken. Behalve wat vroeger wakker worden hoef je hier overigens niet veel van te merken. Deze vorm van chronische stress heeft pas op langere termijn schadelijke gevolgen.  Vermoeidheid en vermindering van de concentratie is hetgeen de meeste mensen uiteindelijk gaat opbreken.

Ook hier maakt het niet uit of de situatie reëel is –het heeft zelfs in de krant gestaan dat er in uw bedrijf gereorganiseerd gaat worden- of je denkt dat een situatie zich voordoet –je hebt geruchten gehoord over het opheffen van jullie afdeling. De stressreacties zijn hetzelfde.

Alle negatieve, vervelende of nare gedachtes die in je hoofd komen en die betrekking hebben op jouw leven waar of niet-waar, geven fysieke stressreacties alsof de situatie echt is…

Als deze gedachtes (piekeren!) lang doorgaan blijft het stressniveau in je lijf hoog of wordt zelfs hoger. Je houdt jezelf alert en onrustig. Acute stress kan, doordat je er maar aan terug blijft denken, op deze manier veranderen in chronische stress.

Cognitieve gedragstherapie
De inzichten in het functioneren van het menselijke brein met de invloed van ons denken op onze emoties en vervolgens ons lijf hebben geleid tot de ontwikkeling van een succesvolle psychologische strategie: de cognitieve gedragstherapie. Hierbij wordt gekeken naar je gedachtewereld in relatie tot je feitelijke situaties. Het doel is om ondermijnende gedachtes te ontdekken en deze te ‘neutraliseren’, zodat je er minder last van hebt. In feite leer je relativeren.  Bekende ‘verkeerde gedachtepatronen’ kunnen zijn: alles wat begint met ‘ik moet/het moet want…’, of blijven hangen in ‘het is verschrikkelijk’, of ‘ik kan het niet aan…’, of jezelf (of een ander) kleineren.

Nadeel van deze therapievorm is dat het helemaal gericht is op het denken en niet op het even zo belaste lijf. En tijdens de oefeningen zelf loopt de stress soms flink op, met alle gevolgen van dien. Niet fijn als je al erg moe bent en wat gedesoriënteerd. De therapeut moet dus goed inschatten of je hier aan toe bent of de combinatie maken met lichaamsgeoriënteerde (ontspannings)oefeningen. Misschien is even uit de situatie stappen en goed ontspannen en rusten op dit moment even beter voor je. Maar de therapievorm is té waardevol om helemaal te negeren. Het is voor de lange termijn belangrijk dat je een reële en hanteerbare visie hebt op de werkelijkheid.

Webinar mindfulness en stress
Mindfulness-training combineert aandacht voor hetgeen zich afspeelt in het hoofd (piekeren) met aandacht voor het lijf (ademhaling, yoga, lichaamsbewustzijn).

Op woensdag 2 september om 17 uur, hou ik een webinar over de kenmerken  van stress, de invloed op het lijf en waarom juist een mindfulnesstraining goed kan werken.. Je kunt deze thuis volgen! Schrijf je in voor mijn Nieuwsbrief!. Dan krijg je vanzelf een uitnodiging voor de webinar. Er zijn géén kosten aan verbonden.

Het verhaal van Dorien
Dorien is in het laatste jaar van haar verpleegkundige carrière  afgeknapt en burnout thuis komen te zitten. Terwijl ze ziek was is haar pensioen ingegaan. De belangrijkste reden dat ze steeds bozer werd op haar werk waren de bureaucratische veranderingen die haar het plezier in het werken ontnamen. Nu is het werk voorbij, maar is ze nog steeds boos. Boos op de buurman die de vuilniszakken te vroeg buiten zet, boos op vriendinnen die teveel van haar verwachten en -tot haar schaamte- zelfs boos op haar dochter die vaak op het laatste moment vraagt of ze op kan passen.

Al deze boosheid houdt haar stressniveau én vermoeidheid op een hoog niveau. Ze wordt nog steeds heel vroeg wakker, doet in de ochtend heel veel klussen ('ik ben nooit klaar'), en stort dan 's middags in. Nu ze iets meer uitgerust raakt merkt ze wel dat ze weer meer kan genieten van kleine dingen. Maar ze kan ook nog zomaar boos worden van andere kleine dingen. Ze gaat nu meer mediteren om het hoofd rustiger te krijgen.