(10) Verwarringen rond overspanning en burnout

Sinds ik ben begonnen met deze wekelijks blog heb ik al de nodige verwarringen de revue laten passeren waar het gaat om overspannenheid en burnout. Het zijn deze verwarringen, onbegrip, weerstanden of goedbedoelde adviezen die het leven van de overspannen persoon er niet makkelijker op maken. Laat ik de misverstanden in deze blog eens op een rijtje zetten. 

Niet psychisch; niet lichamelijk
De eerste verwarring waar ik over schreef was het feit dan burnout niet eenvoudig is te beschrijven binnen de gangbare indeling van ziektes die we hanteren, namelijk een aandoening is psychisch of een aandoening is fysiek. Bij burnout spelen nadrukkelijk aspecten van beide. Toch wordt de aandoening vaak afgedaan als psychisch (of psychosociale arbeidsaandoening). Ook wordt de term psychosomatisch gebruikt, maar daarmee wordt meestal ook gewoon ‘psychisch’ bedoeld volgens de redenatie: u heeft lichamelijke klachten, we kunnen echter lichamelijk niets vinden, dus zal het wel psychisch/psychosomatisch zijn. In de huisarts-geneeskunde gebruikt men zelfs de term SOLK: Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten. M.a.w.: als iets somatisch niet is te verklaren, dan moet het wel psychisch zijn.

Overspannenheid en dergelijke zijn inderdaad ‘psychosomatische’ aandoeningen,  maar dan in de letterlijke betekenis van dat woord. Wat mij betreft mag je ook de term ‘somatopsychisch’ gebruiken. Termen als integrale of functionele aandoening worden ook wel gebruikt.  Het gaat in ieder geval om het complexe in elkaar grijpen van sociale,mentale, emotionele en lichamelijke processen tot op chemisch niveau aan toe. Er zijn echter maar weinig medische specialisten die dit hele spectrum overzien.

 Niet (makkelijk) te meten
Overspannenheid gaat weliswaar gepaard met de nodige fysieke klachten en verschijnselen, het is niet eenvoudig te meten volgens objectieve, wetenschappelijke criteria. Zaken als lichaamstemperatuur, bloedsuikerspiegel, ijzergehalte, longfunctie een ECG zijn vrijwel altijd (godzijdank) normaal. Deze gangbare parameters die medici hanteren worden (in het begin) niet beïnvloed door overspannenheid. Heb je de pech dat hier wel iets aan de hand is, b.v. een hoge bloeddruk, dan gaat alle aandacht daar naar uit. Men is immers allang blij iets objectiefs gevonden  te hebben.

Metingen die wel gebruikt kunnen worden zijn vragenlijsten en biofeedback, maar die worden niet door iedereen serieus genomen. Zeker de vragenlijsten zullen het beeld dat het gaat om iets psychisch eerder versterken.

Recent onderzoek laat zien dat via hersenscans en mogelijk EEG) wel veranderingen aantoonbaar zijn in de Hippocampus in de hersens. Maar dan ben je al een flink eind heen en heb je bijvoorbeeld last van Altzheimer-achtige verschijnselen zoals geheugenverlies en concentratiestoornissen. I.t.t. Altzheimer overigens wel weer omkeerbaar.

Verschijnselen kunnen van persoon tot persoon zeer verschillend zijn
In mijn vorige blog heb ik aangegeven dat de persoonlijke beleving van overspannenheid en de klachten zeer kunnen verschillen tussen personen. Naast de aard van de stress heeft dit ook te maken met aanleg (persoonlijkheid) en gebeurtenissen tijdens de ontwikkeling en zelfs door infecties. Zo kan het gebeuren dat werkomstandigheden die voor de één uitdagend zijn voor een ander leiden tot een complete burnout. Of zal de één na een trauma, b.v. een overval, wekenlang niet meer goed kunnen slapen, terwijl bij een ander na verloop van tijd blijkt dat de bloeddruk enorm is gestegen (terwijl die dacht dat er niets aan de hand was). Ook heb  ik gezien dat iemand na een vrij onschuldig verlopen ziekte van Pfeiffer extreem moe werd en uitviel van zijn leuke, maar veeleisende werk.

Geen echte (medische) specialist.
Door al deze verschillen in symptomen en interpretatie loop je als burnout-patiënt de kans om van het kastje naar de muur gestuurd te worden. Er is natuurlijk de kans dat je bij een psycholoog terecht komt en dat kan zeer goed uitpakken. Nadeel van een psycholoog kan zijn dat ze te weinig verstand hebben van de fysieke aspecten en dat het praten op zichzelf weer een stressvol gebeuren kan zijn. Huisartsen of psychiaters hebben de neiging om e.e.a. te lijf te gaan met medicatie (wat niet altijd verkeerd is). Een bedrijfsmaatschappelijk werker kan prettig zijn, omdat ze de context van het werk goed kent, maar die weet nog minder van fysiologie als een psycholoog.

Een fysio- of oefentherapeut kan je goed helpen als deze ook is gespecialiseerd in ‘psychosomatische’ klachten.

Een opvallend verschijnsel in de wereld van burnout-therapie is de aanwezigheid van ervaringsdeskundigen. Dit zijn ‘burnout-specialisten, cq -coaches’ op grond van hun eigen (slechte) ervaringen. Over het algemeen zijn dit mensen zonder medische achtergrond al zullen veel van hen er wel veel over gelezen hebben. Maar toch is het opvallend, want zoiets zie je niet bij Diabetes type2, chronische rugpijn of migraine om maar een paar andere welvaartsaandoeningen te noemen.

In mijn eBook zal ik dieper ingaan om de verschillende therapeutische opties. Volgende week meer over de terminologie rond burnout.

Het verhaal van Carla
Carla is op zich een sterke vrouw die haar werk als docent op de hogeschool combineert met een eigen reclamebedrijfje. Ze is inmiddels zwanger van  haar 2e kind. Deze verloopt moeizaam. Ze is erg moe; veel meer als de vorige keer. Bovendien verliest ze haar interesse in haar werk ; haar eigen bedrijfje zet ze op hold.  Maar ze is chagrijnig tegen haar kind en ook heeft ze huilbuien; zo kent ze zichzelf helemaal niet.

De verloskundige kan niet echt een oorzaak aanwijzen. De zwangerschap verloopt goed. De huisarts laat haar bloed prikken wat ook geen resultaat oplevert. Omdat ze ook veel last heeft van haar rug komt ze bij een fysiotherapeut terecht. Laat deze nou de verschijnselen herkennen als een op hand zijnde burnout! Met de rug bleek namelijk ook weinig mis, behalve veel spierspanning (en harde buiken).

Nu kan ze serieuze maatregelen gaan nemen, zoals veel meer ontspannen; het werk wat eerder afbouwen voor haar verlof en meer lichaamsbeweging (vooral zwemmen). De huilbuien kanaliseert ze door naar sentimentele films te gaan kijken. Ze bevalt een paar maanden later probleemloos van een 2e dochter (maar is er dan nog niet).